COLUMN JAN BOSKAMP



TOFFE GOZER

Een paar weken geleden mocht ik voor een uitzending van Veronica Inside eindelijk weer eens de grens over richting Nederland. Dat was allemaal perfect geregeld en ik werd als een koning ontvangen in de studio, maar toch voelde het allemaal heel anders dan voorheen. Een uitzending zonder publiek is toch heel anders dan mét, zoals ook een voetbalwedstrijd heel anders is wanneer de tribunes leeg zijn. Je ziet het nu ook aan de wedstrijden die in Duitsland worden gespeeld. Bij Borussia Dortmund zit normaal tachtigduizend man op de tribune, die zorgen voor sfeer en emotie. Die emotie, die hoort bij voetbal, ontbreekt nu, ook doordat spelers bijvoorbeeld niet samen mogen juichen na een doelpunt. Het zorgt ervoor dat ik soms moeite heb om die wedstrijden uit te zitten. In die zin word ik nog niet heel gelukkig van het voetbal op dit moment. Daar bovenop kwam het verdrietige nieuws dat Attilla Ladinsky onlangs op tachtigjarige leeftijd is overleden. Op dat moment dacht ik gelijk terug aan de eerste trainingen met hem bij Feyenoord in 1972. Ernst Happel wilde Attila een beetje testen en vroeg daarom aan Rinus Israël, Theo Laseroms en mij of we hem op de training even flink konden aanpakken. Happel wilde zien hoe Attila daarop zou reageren. Uiteindelijk heeft hij dat goed opgepakt. Achteraf heb ik toch even mijn excuses aangeboden voor de wijze waarop we tekeer waren gegaan tegen hem.

‘Ik had soms het idee dat er een boutje los zat bij hem’


Feyenoord had Attila gekocht als vervanger van Coen Moulijn als linksbuiten, maar hij kwam uiteindelijk in de spits terecht. Hij was oersterk en kon goed koppen. Hij heeft het uiteindelijk redelijk gedaan bij Feyenoord, maar liet pas echt zien wat hij kon toen hij in 1973 naar Anderlecht ging. In zijn eerste seizoen werd hij direct topscorer. Zelf ging ik een jaar later bij RWDM in Brussel spelen, dus we kwamen elkaar daar zowel op als buiten het veld regelmatig tegen, zonder dat we de vloer platliepen bij elkaar. Toch mocht ik hem zeker. In totaal heb ik anderhalf jaar met hem samengespeeld en in die periode kwam ik er snel achter dat Attila een heel toffe gozer was. Hij trok zich nergens iets van aan, dat beviel me wel. Hij was soms ook een beetje gek, dan had ik het idee dat er een boutje los zat bij hem. Aan de andere kant zullen sommige mensen dat net zo goed van mij gedacht hebben.

Jan Boskamp


Er gaat niets boven de #KrachtvanFeyenoord


Hoofdrolspelers over Cup-winst