IN HET KOMENDE FEYENOORD MAGAZINE


VAN MARWIJK GEK MAKEN OP MASSAGETAFEL

Tekst: Steven van der Hoeven - Beeld: Marc Deurloo

Pierre van Hooijdonk (49) zocht overal waar hij speelde naar de ziel van de club. Bij Feyenoord kon hij niet anders dan uitkomen bij Gerard Meijer. ‘Clubmensen laten je zien hoe de hazen lopen,’ vertelt Pi-Air in het nieuwe Feyenoord Magazine, dat komende vrijdag verschijnt. Hier lees je een voorpublicatie.

Een stapel uitgeprinte interviews, een verder vrijgehouden agenda en op het laatste moment nog even snel naar de wc – laat het voorbereiden van een afspraak met een voetbalvriend maar aan Gerard Meijer over. De clubambassadeur heeft de deur van het toilet net achter zich dicht laten vallen, wanneer verderop Pierre van Hooijdonk de gang naar de kantoren van het Maasgebouw oploopt. ‘Hé kietelaar,’ roept de voormalig topspits.


Stereo

Meijer loopt ‘m lachend tegemoet en laat zich omhelzen en op zijn linkerwang kussen. Het is de eerste keer dat Van Hooijdonk voor de Ambassadors Room staat, het zorgvuldig door de voormalig masseur bij elkaar gescharrelde depot van het Feyenoord Museum. De oud-prof laat zijn ogen langs vanen, sjaals en een keur aan jubileumfotocollages gaan. ‘Dit is niet alles, toch?’ zegt hij. ‘In je ouwe hok had je nog veel meer?’

Meijer knikt, terwijl Van Hooijdonk verder in de rondte tuurt. ‘Ik mis wel iets.’ Meijer schuifelt naar een hoek van zijn domein en tikt met de nagel van zijn vinger tegen een miniatuur van de UEFA Cup. ‘Nee, die bedoel ik niet,’ zegt Van Hooijdonk. ‘Die heb je van ons cadeau gekregen. Ik mis die kleine stereo. Daar luisterden we altijd muziek op. Radio Rijnmond.’

Die tijden zijn geweest. Wie nu bij Gerard Meijer in De Kuip over de vloer komt, hoort dancemuziek. Hedendaagse dancemuziek. ‘Dat staat allemaal in de Top 40,’ zegt hij. ‘Wie luistert naar de muziek van deze tijd, blijft bij de tijd.’


Kleedkamergeur

Van Hooijdonk kwam in de zomer van 2001 naar De Kuip. Gerard Meijer was een van de eerste Feyenoorders bij wie hij aanklopte. ‘Ik ben een liefhebber,’ zegt Van Hooijdonk. ‘Ik kende de beelden van Cruijff die bij Gerard op de massagetafel lag. Een icoon. Johan ja, maar Gerard ook. Als ik ergens nieuw was, ging ik altijd op zoek naar wie nou de club was. In het profvoetbal is er op sommige posities net zo veel verloop onder het personeel als in het bedrijfsleven. Zoek je de wortels van een club, dan kom je vaak uit bij materiaalmannen, masseurs en kantinevrouwen. Die lopen meestal al lang mee. Ik was op zoek naar verhalen van binnenuit, vanuit de boezem van Feyenoord. Daarvoor moest ik bij Gerard zijn, en bij Fred Blankemeijer op kantoor. Bij hem kwam ik ook graag. Een kop koffie, een mop. Clubmensen laten je zien hoe de hazen lopen. Maar het ging mij nog meer om het opsnuiven van alles wat er in de oude doos zat.’

Pierre van Hooijdonk


‘Ik nam de herstelshakes, maar eerst uithijgen met een blikje bier’

Pierre van Hooijdonk was nooit geblesseerd. Stram zou hij zichzelf met terugwerkende kracht ook niet noemen. Toch lag hij voor elke wedstrijd bij Meijer op de tafel.

‘Een beetje kietelen en poetsen,’ zegt de clubambassadeur. ‘Meer was het niet.’

‘Ik vond dat lekker, ja. Zie het als een auto die je nog even oppoetst voordat je gaat rijden. Had ook met ijdelheid te maken. Gerard zette mijn benen in de olie. Daardoor blonken ze beter. Dat paste in het beeld dat ik als kind had gevormd van profvoetballers: glimmende, gespierde benen. En die geur van dat spul, hè. Midalgan – de geur van de kleedkamer.’

‘Je lag ook op de tafel om de trainer te zieken,’ zegt Meijer.


Bert van Marwijk gek maken

‘Bert van Marwijk gek maken, ja. Om vijf voor twee was iedereen klaar voor de warming-up. Juist dan lag ik bij Gerard in het hok. We konden er de klok op gelijk zetten dat Bert kwam vragen of ik nou al klaar was. Was-ie weer weg, dan hadden wij de grootste lol. Bert kon het niet loslaten, maar ik geloof dat hij het ook zag als een ritueel van de wedstrijdvoorbereiding. Om vijf voor half drie stond hij altijd bij de kleedkamerdeur, tikte iedereen tegen zijn hand.’

Edwin Zoetebier deed dat ook. ‘Zoetebier moest van zichzelf absoluut de laatste zijn,’ zegt Van Hooijdonk. ‘Ik liep voor ‘m uit. Maar als we bij Bert aankwamen, draaide ik me weer om. Toch nog even plassen. Werd Zoetebier helemaal gek.’


Biertje
Van Hooijdonk vervolgt: ‘Het teamproces is voor mij altijd een essentieel onderdeel geweest van mijn voetbalbeleving. Ik gedijde goed in kleedkamers met gelijkgestemden, jongens die offers brachten om te winnen. Dat deed ik met liefde, maar wél gekoppeld aan wat ik maar even die amateurvoetbalgezelligheid noem. Het amateurvoetbal was de wereld waar ik vandaan kwam, hè, op mijn 19de speelde ik nog bij Steenbergen in het eerste. Dus ja, ik nam bij Feyenoord na de wedstrijd de herstelshakes van fysieke trainer Toine van de Goolberg, maar éérst uithijgen met een blikje bier. Daar zag ik Paul Bosvelt op een gegeven moment mee door de kleedkamer lopen. Had-ie van jou gekregen, Gerard.’

‘Weet ik niets meer van.’

‘Je had een koelkastje en zette daar voor elke wedstrijd een sixpack in koud. Dat bier dronken wij vervolgens voor je op…’

Komende vrijdag lees je in het nieuwe Feyenoord Magazine hoe Pierre van Hooijdonk meer herinneringen ophaalt aan zijn twee periodes in De Kuip en hoe hij terugkijkt op zijn
afscheid als profvoetballer.