COLUMN JAN BOSKAMP



UIENPARTIJ

Na de overwinningen op AZ en NAC Breda is het zeker dat we als derde gaan eindigen. Het is goed nieuws dat we ons daarmee plaatsen voor Europees voetbal, maar verder was dit een seizoen om snel te vergeten. Het voetbal is de laatste weken gelukkig weer wat beter, maar er zijn ook wedstrijden geweest waarbij ik na negentig minuten dacht: nu ga ik niet meer naar De Kuip.


Ik weet op zo’n moment alleen ook dat ik daar een paar uur later alweer heel anders over denk en dat ik twee weken later gewoon weer in die Kuip zit. Dat gevoel zullen veel supporters herkennen, want de steun voor Feyenoord is en blijft immens.


Dat het legioen zich zo massaal achter de club schaart, heb ik voor het eerst gezien in 1963 toen duizenden mensen met boten naar Portugal voeren voor de uitwedstrijd tegen Benfica. Elke dag kon je daarover een verslag lezen in de kranten. Nog steeds vraag ik me weleens af waar al die mensen eigenlijk geslapen hebben.


Sindsdien is die enorme steun voor Feyenoord alleen maar verder gegroeid. Toen we in 1965 tegen Real Madrid speelden en Coentje een schop kreeg van die rechtsback, vloog de hele Kuip erop. En de laatste jaren zijn er natuurlijk ook veel wedstrijden geweest waarin het legioen de ploeg er doorheen gesleept heeft.

‘Het legioen zit er gewoon elke wedstrijd en ik heb het gevoel: daar moet ik bij horen, al weet ik niet precies waarom’


In de tijd dat ik zelf voor het eerst als supporter met mijn vader naar De Kuip ging, was die beleving in mijn herinnering heel anders. In die tijd was Feyenoord ook al een heel grote club, maar ik ging vooral naar het stadion voor het voetbal zelf. Ik keek mijn ogen uit naar spelers als Jo Walhout en Jan Klaassen. Zo ben ik opgegroeid met Feyenoord en mijn leven lang heb ik altijd het idiote gevoel gehad dat ik minstens drie keer per jaar in De Kuip moet zitten. Op die momenten ben ik zelf gewoon een van die vijftigduizend mensen die helemaal gek zijn van de club.

Soms lijkt het ook wel of we alleen maar populairder worden. Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe dat te verklaren is, als het maar niet uit meelij is. Die enorme clubliefde is ooit ontstaan en ik denk dat het nooit meer weggaat. Zelfs bij mezelf vind ik het soms moeilijk te verklaren waar dat gevoel vandaan komt. Het legioen zit er gewoon elke wedstrijd en ik heb het gevoel: daar moet ik bij horen, al weet ik niet precies waarom. Soms betekent het dat je in de kou zit om naar een uienparij te kijken, maar als ik eerlijk ben, zou ik niets anders willen.

Jan Boskamp


Nou, Nico:
billen of borsten?


‘Ik sta in vuur en vlam voor De Kuip in Rotterdam’