COLUMN JAN BOSKAMP



1908

Als ik beelden en foto’s zie van het nieuwe trainingscomplex, dan is het een wonder dat zoiets bij Feyenoord kan worden neergezet. Het is zo mooi, dat het eigenlijk niet bij Feyenoord hoort, hoewel we er natuurlijk trots op kunnen zijn. Iedereen die er zelf werkt, zie je ook op die manier reageren. De vraag is wel of je uiteindelijk met betere faciliteiten ook beter gaat voetballen. Als dat waar is, moet je elk jaar een nieuw complex bouwen…


Het mooie is dat een speler met een complex als 1908 geen enkele reden meer heeft om te zeiken. Ook voor de medische staf moet het ideaal zijn dat alles bij de hand is om spelers te laten recupereren van hun blessure. Het complex is supermodern, wat je ego streelt als speler, maar ook als club. Voor een speler is dus alles aanwezig om te presteren. Je kunt dan alleen maar hopen dat je dat ook terug gaat zien op het veld.

‘Hoe je het wendt of keert: alles draait om de prestaties van je eerste elftal’


Want hoe je het ook wendt of keert: als club draait alles om de prestaties van je eerste elftal. Daar wil ik mee zeggen: je kunt het mooiste van het mooiste bouwen, maar uiteindelijk is het de eerste ploeg die moet zorgen dat Feyenoord blijft leven. Als dat goed draait, krijg je toeloop van jeugd, gaat de verkoop van je shirtjes omhoog, krijg je meer sponsoren, noem maar op. Kijk maar wat er allemaal gebeurde toen Feyenoord kampioen werd. Als je elk jaar meedoet om de titel, wil iedereen bij Feyenoord horen en wordt het bijvoorbeeld makkelijker om bepaalde spelers te halen.

Het is duidelijk dat Feyenoord een inhaalslag te maken had wat betreft faciliteiten, maar je mag daarnaast nooit het eerste elftal uit het oog verliezen. Een club als Feyenoord moet ook elk jaar meedoen om de titel. Ik heb er persoonlijk bovendien weinig zin in om weer achttien jaar te moeten wachten voor we die schaal in handen hebben. Want voordat ik in rook opga, wil ik Feyenoord toch nog een keer kampioen zien worden.

Jan Boskamp